ODD

ODD (Oppositional Defiant Disorder)

ODD wordt ook wel een oppositionele opstandige gedragsstoornis genoemd. Kinderen met ODD kunnen brutaal en soms agressief reageren en hebben vaak moeite met autoriteit. Hierdoor vinden er regelmatig conflicten plaats met klasgenoten, ouders en/of leerkrachten. Voor de omgeving is het vaak erg ingewikkeld om met dit gedrag om te gaan. Van belang is om te weten dat juist de reactie van de omgeving essentieel is voor de ontwikkeling van deze stoornis. 

Agressief gedrag- verbaal

Kinderen met ODD zijn vaak ongeremd en kunnen verbaal agressief reageren. Realiseer u dat ze hiermee altijd veel aandacht en vaak ook hun zin krijgen. Andere kinderen raken erdoor geïntimideerd en volwassenen kunnen hier boos van worden. Het is van belang om juist niet uw emoties de overhand te laten krijgen.

  • Blijf rustig, negeer licht ongewenst gedrag en corrigeer grensoverschrijdend gedrag 'neutraal'  door een keuze te bieden
  • maak vooraf afspraken over de consequenties en voer deze ook altijd uit
  • vermijd een autoritaire benadering, dit levert strijd op
  • wees voorspelbaar in uw benadering, zorg voor een duidelijk stappenplan voor u en de leerling

 

Agressief gedrag- fysiek

Waar u bij verbaal agressief gedrag nog kunt proberen om licht ongewenst gedrag te negeren zult u bij fysiek agressief gedrag altijd moeten reageren. U, als leerkracht heeft  de taak om de veiligheid van dit kind én andere kinderen te waarborgen.

  • probeer een kind met agressief gedrag uit de situatie te halen. Desnoods door met de rest van de klas ergens anders naar toe te gaan
  • zorg dat u weet wat u moet doen. De afspraken moeten voor de leerling zelf voorspelbaar zijn. Deel dit op een korte, duidelijke wijze mee, zonder dat u meesleept wordt door uw eigen emoties
  • U kunt pas weer praten met dit kind wanneer de rust volledig is terug gekeerd. Soms is dat pas de volgende dag. Kennis van de acting out curve kan u helpen om de verschillende fases van grensoverschrijdend gedrag te herkennen en om ernaar te handelen.

 

Weigeren

Zorg bij weigering dat u erachter komt waar dit  vandaan komt. Een weigering voortkomend uit (faal) angst benadert u anders dan een weigering voortkomend uit een machtsstrijd. Kijk in eerste instantie naar uw eigen rol.

  • bent u duidelijk geweest? Is de taak duidelijk?
  • is de taak haalbaar, van het juiste niveau? Heeft het kind alle middelen om aan de taak te beginnen? Informeer hiernaar ook bij de leerling.
  • is alles in orde maar start hij toch niet? Moedig aan, spreek vertrouwen uit en loop weer weg. Wacht niet totdat de leerling doet wat u  vraag want dan ontstaat strijd.
  • blijft de leerling weigeren? Geef hem dan een keuze En houd vast aan de gestelde consequentie. Zo blijft u voor de leerling duidelijk en voorspelbaar. Precies waar hij behoefte aan heeft!

Weglopen

Weglopen is ontoelaatbaar maar kan voortkomen uit een overlevingsdrang van kinderen: als vechten geen optie is, zullen kinderen vluchten.  Belangrijk is het schoolbeleid bij wegloopgedrag: 

  • zorg dat u met de ouders van kinderen die weglopen duidelijke afspraken maakt. Deze afspraken moeten met name gaan over verantwoordelijkheid voor  het kind bij weglopen.
  • voor het kind moeten er niet alleen consequenties zijn voor het weglopen, maar ook alternatieven.
  • bespreek met het kind wat hij wél kan doen wanneer hij zo boos is dat hij zou willen weglopen. Beloon het kind wanneer het hem lukt om hiervoor te kiezen. Dit is wanneer een kind hoog in de emotie zit, een moeilijke keuze en dus heel knap wanneer hij hier voor kiest!
Terug