Hechting

Hechtingsproblematiek en hechtingsstoornissen

Bij een goede hechting ontwikkelt een kind basisvertrouwen en basisveiligheid. Een kind dat veilig gehecht is, zoekt de nabijheid van de opvoeder. Het kind voelt zich vrij om nieuwe dingen te onderzoeken en te leren. Het kind heeft er vertrouwen in dat de opvoeder beschikbaar is.

Helaas is een veilige hechting niet bij alle kinderen vanzelfsprekend. Als er sprake is van een onveilige hechting, dan heeft dit grote consequenties voor de ontwikkeling en het schoolse leren. Kinderen waarbij het hechtingsproces verstoord is, vertonen vaak gedrag dat voor ons moeilijk grijpbaar is.

Wat is er te zien in de klas?

Er zijn zeven gedragspatronen die ook in combinatie met elkaar kunnen voorkomen, waarmee kinderen met een hechtingsstoornis of een vorm van onveilige hechting zichzelf handhaven:

  • Het kind dat druk en chaotisch gedrag vertoont wil zijn behoeften direct bevredigen, kan zich niet goed aan afspraken houden. Hij merkt dat de wereld geen begrip heeft voor zijn gedrag, maar slaagt er nauwelijks in het gedrag te veranderen.
  • Het kind dat agressief gedrag vertoont daagt iedereen voortdurend uit met zijn gedrag. Het is hiermee meer provocerend dan het drukke chaotische kind.
  • Het kind dat aangepast gedragvertoont, maar het niet aangepast is (schijnaanpassing). Dit kind is lief en volgzaam naar anderen en wil het iedereen naar de zin maken. Er is echter geen werkelijk diepgaand contact.
  • Het kind met “twee gezichten”  Is thuis moeilijk te handhaven en op school voorbeeldig (of andersom).
  • Het kind dat lichamelijke aanhankelijkheid zoekt gedraagt zich lief, zoekt de lichamelijke aanraking van mensen in de omgeving en lijkt daarin onverzadigbaar.
  • Het teruggetrokken kind vindt zichzelf waardeloos. Al de energie gaat zitten in het vermijden van contact en terugtrekking in isolement.
  • Het kind dat schijnbaar normaal is heeft vaak goede intellectuele mogelijkheden en lost alle problemen verstandelijk op. Sociale aansluiting is soms lastig.

 

Wat kun je doen in de klas?

Kinderen met hechtingsproblematiek staan voortdurend onder spanning. Deze kinderen hebben een grote behoefte aan veiligheid. Deze veiligheid kan geboden worden door:

  • voorspelbaarheid en structuur te bieden door een vast dagritme en pauzes en veranderingen voor te bespreken
  • vaste routines als een hand of high-five geven bij de deur aan het begin of einde van de dag
  • affectief neutraal te reageren en een ‘zakenpartner’ te zijn waarop het kind kan vertrouwen
  • duidelijkheid te scheppen in (positief gestelde) gedragsverwachtingen, deze vooraf aan te geven en het kind hieraan te houden
  • de communicatie kort te houden en te praten in het hier-en-nu. Dit wil zeggen niet te ver vooruitkijken of bespreken wat er gisteren gebeurd is maar vooral aan te geven wat er nu verwacht wordt
  • jezelf en het kind te houden aan de afspraken en regels
  • positieve en haalbare eisen te stellen
  • niet in discussie te gaan, maar vriendelijk doch beslist de lakens uit te delen
  • de taken in korte blokken te verdelen en te zorgen dat het kind de taak aan kan (succeservaringen opdoen)
  • er rekening mee te houden dat deze kinderen op een lager niveau functioneren dan hun kalenderleeftijd en hierop je verwachtingen aan te passen
  • niets terug te verwachten in de relatie met de leerling

Verder is het van groot belang om goed samen te werken met ouders en hulpverlenende instanties zodat de aanpak zoveel mogelijk op elkaar afgestemd wordt.

Terug